Afbeelding
Pixabay

Amok op de Looydijk

Overig

DE BILT Weinig tot niets kan verdachte El B. zich herinneren van de confrontatie tussen hem en twee politieagenten in februari van dit jaar in De Bilt. Sterker nog, van de hele week waarin het incident plaatsvond weet hij vrijwel niets meer. Dat vertelt hij op woensdag aan de rechter die zijn zaak behandelt in de rechtbank in Utrecht.  

Door René Borkent

Op 9 februari alarmeert een getuige de politie. Er loopt een schreeuwende man over de Looydijk in De Bilt en hij heeft een plantenbak omver getrapt. ,,Was u dat?’’, vraagt de rechter aan B. ,,Ik geloof er niks van’’, is het antwoord.

Twee agenten reageren op de melding en gaan een kijkje nemen. De agenten rapporteren: ,,Als de man ons ziet draait hij om en rent hij weg.’’ Eén van de agenten achtervolgt hem te voet en roept: ,,Politie, blijf staan.’’ Ook de tweede agent komt nu de auto uit en B. loopt ondertussen een tuin in. Als hij de tuin weer uit komt heeft B. ‘’een voorwerp’’ in de hand. Dat blijkt een rode baksteen te zijn. B. loopt een doodlopende steeg in en maakt met de steen een gooiende of slaande beweging naar de agent. De steen raakt de agent op een sleutelbeen.  

B. krijgt een trap tegen z’n benen, valt en moet mee naar het bureau. Daar blijkt dat hij ruim 13 gram cocaïne op zak heeft en ook een mes. En dat is geen zakmesje. ,,Zo’n mes meenemen op straat is op zich al een strafbaar feit’’, zegt de rechter. Maar B. wist eigenlijk niet eens dat hij dat mes had meegenomen, vertelt hij. ,,Ik had geen kwade bedoelingen.’’

Sinds het incident zit B. in de gevangenis in Vught. En daar begrijpt hij niet zo veel van, laat hij aan de rechter weten. ,,Vijfeneenhalve maand voor het gooien van een baksteen terwijl meneer helemaal geen schade heeft.’’

Na verloop van tijd heeft hij besloten mee te werken aan het opstellen van een psychologisch rapport en aan onderzoek van de reclassering. Volgens de rapportage heeft B. langdurige klinische behandeling nodig. Anders is het gevaar op nieuw strafbaar handelen groot.

STRAFBLAD B. heeft inmiddels een behoorlijk strafblad opgebouwd. Bij een andere rechtbank loopt nog een rechtszaak tegen hem op verdenking van handel in drugs. Inmiddels gebruikt hij niet meer. ,,Ik ben blij dat ik niet meer aan de drugs ben. Ik hoop op een drugsvrije toekomst.’’

Inmiddels is er een plek voor B. geregeld. De behandeling kan beginnen op 11 augustus en B. zegt dat graag te willen. 

De officier van justitie eist een straf voor B. die inhoudt dat B. vast blijft zitten precies tot op de dag dat zijn behandeling begint.

Als de rechtbank die eis volgt, de uitspraak is op 10 augustus, dan is er nog één kink in de kabel: de andere strafzaak. 

Want B. had nog een voorwaardelijke straf van 4 weken boven z’n hoofd hangen en als de andere rechtbank besluit dat B. voor die periode moet gaan zitten, dan kan de behandeling op 11 augustus niet beginnen. Rechtbank Utrecht heeft echter geen invloed op de beslissing in die strafzaak.

advertentie
advertentie