Ben jij het of ben ik het? Depressie komt veel voor. Kijk wat meer naar elkaar om en praat erover. FOTO: Roel Kleinpenning
Ben jij het of ben ik het? Depressie komt veel voor. Kijk wat meer naar elkaar om en praat erover. FOTO: Roel Kleinpenning (=)

'Je hebt sámen een depressie'

door Manon Hendrix

Depressiegala 2019

Begin 2019 wordt alweer voor de vierde keer het Depressiegala georganiseerd. Een gala voor depressie. Of eigenlijk tégen depressie. Het gala vindt plaats op 'Blue Monday'; de derde maandag van januari die inmiddels bekend staat als de meest depressieve dag van het jaar. Het thema is 'omgeving'. Een breed scala aan artiesten komt bijeen om het onderwerp onder de aandacht te brengen en over hun ervaringen te praten.

"Depressie komt nog altijd erg veel voor", vertelt psychiater Esther van Fenema, één van de initiatiefneemsters vanaf het eerste uur. "De cijfers dalen maar niet. Sterker nog: er komen veel gevallen bij. Eveneens berust er nog altijd een flink taboe op psychische aandoeningen. Dat willen we met deze avond weer een klein stukje meer doorbreken. De suïcidecijfers én depressies onder jongeren zijn het afgelopen jaar flink toegenomen. Het is van groot belang dat er (h)erkenning komt. En dat zowel jong en oud eerder hulp durft te vragen. Een depressie gaat namelijk niet zomaar over; behandeling is van essentieel belang." Paul Blokhuis, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zal het gala openen. Van Fenema: "Daar zijn we erg blij mee. De opbrengst van het gala wordt door de Mental Health Foundation gebruikt voor evenementen door het hele land om het stigma rond o.a. depressie te doorbreken."

Schone schijn

Eén van de artiesten op het gala is social media influencer Sophie Ousri (20). Ze groeide op met een Nederlandse moeder en een Marokkaanse vader. Ze vertelt: "Mijn moeder werkte, mijn vader deed hoofdzakelijk de opvoeding. In de Marokkaanse cultuur is het niet vanzelfsprekend om te praten en zeker niet over gevoelens. Ik kropte alles continu op. Ik heb lang de schone schijn opgehouden, ook omdat ik me schaamde. Maar na mijn verhuizing ging het echt niet meer en ben ik een poosje opgenomen geweest. Toch ben ik er nog niet. Mensen denken dat als je eenmaal uit een kliniek komt; je beter bent. Dat is niet zo. Dat merk ik echt in mijn omgeving. En ik snap het ook wel, want wat zeg je wel of juist niet tegen iemand met een depressie of andere psychische stoornis? Overigens sta nu zelfs nog op een wachtlijst van anderhalf jaar voor nazorg-behandeling."

Schrijfster Roos Schlikker is iemand die ín de heel directe omgeving zat. Daarover vertelt ze in haar pasgeleden verschenen boek 'Moeder van Glas'. Haar moeder Emma leed aan een bipolaire stoornis (extreme stemmingswisselingen). Vorig jaar overleed ze na een val van de trap. Schlikker: "Als kind had het al een behoorlijke invloed op me. Mijn moeder kon héél erg vrolijk zijn, manisch, maar ook opeens zeer neerslachtig. Als ik thuis kwam, was het altijd maar afwachten hoe de vlag erbij hing. Dat heb ik soms als zwaar ervaren." Pas op haar zestigste kreeg Roos' moeder de diagnose. Ze vervolgt: "We creëerden al vroeg onze eigen 'modus' om ermee om te gaan. Een psychische aandoening heb je met elkaar. Echte hulp hebben we daarbij niet gehad. Achteraf gezien was dat misschien wel goed geweest. Maar het was wél fijn om, toen ze eenmaal in zorg was, de bevestiging te krijgen dat we het goed deden. We stopten met forceren en oppeppen, we troostten en waren er. Dat bleek het meest helpend."

Meer berichten