Ron van der Lem
Ron van der Lem Foto: Hielco Kuipers

Een bijzondere tafelschikking

Algemeen

Ron van der Lem

Vanwege de kerstgedachte

De eerste dagen dat ik meneer Jozef van Engelen meemaakte, zat hij urenlang voor zich uit te staren in de gemeenschapsruimte.

En je mag het best weten… Twee keer in die beginperiode heb ik gedacht dat hij zijn laatste adem daarbij had uitgeblazen. Zo bewegingloos zat hij namelijk op de bank. Hij had daar uitzicht op het plantsoen buiten, maar meneer Van Engelen leek daar volstrekt niet naar te kijken. Hij zat die eerste dagen van zijn komst op die plek al om half tien. Een half uur voordat ik de koffie op de tafels zou plaatsen. En hij zat er alleen. De andere bewoners van Avond-tuur, dit verpleegtehuis dus, waren veronderstel ik nog bezig met het aantrekken van steunkousen, innemen van pillen, toiletteren en ja: ‘mobiliseren’… ook de oudjes hier hebben de smartphone ontdekt en facetimen er op los richting kinderen en kleinkinderen.
Meneer Van Engelen niet. Die lijkt sowieso van een andere planeet te komen. Als de oude baas hier verschijnt, is hij ten eerste onberispelijk gekleed. Je zou zeggen: klaar om naar een receptie te gaan. Elke dag opnieuw. Nette kleding; tweed jasje bijvoorbeeld. Maar wel al deels versleten; iets wat juist lijkt te horen bij de oude man met het gegroefde gezicht. Diamantair was hij ooit. Dat heeft hij mij verteld. Succesvol zelfs. Met handel in het Midden-Oosten. Irak met name. ‘In de goede oude tijd: toen de heerser er de mensen vermoordde in plaats van de mensen onderling…’, aldus meneer Van Engelen in een spaarzaam jolige dan wel cynische bui. In januari wordt hij negentig. Ik ga daar iets speciaals voor verzinnen, maar weet nog niet wat. Voor de kerst heb ik ook iets in petto voor hem….

Meneer Van Engelen heeft nu, vandaag dus, al zijn eerste bakkie van mij achter de rug. Het is half elf. De gemeenschapsruimte zit al redelijk vol. Iedereen lijkt al in de kerststemming terwijl de Sint nog maar net zijn biezen heeft gepakt. Volgende week gaan we gezellig met personeel, hulpverleners en bewoners genieten van een goed kerstmaal.

Ik bepaal als chef catering hier de tafelschikking. Ik plaats meneer van Engelen naast Nai. En dat doe ik niet voor niets. Zij komt oorspronkelijk uit Irak. Haar familie is zo’n tien jaar geleden gevlucht. Ze is Mandeeër, ook van geloof. Dat is niet een Islamitische geloofstak en zelfs niet Christelijk, ofschoon ze wel, zo is me door Nai verteld, Johannes de Doper aanhangen. En die Johannes is toch ook een Christelijke profeet. Onze Nai is rond de dertig. Een prachtige donkerharige vrouw met vurige ogen. Ze spreekt vloeiend Nederlands; zonder accent zelfs. Ze is academisch gevormd in de gezondheidszorg. Ik verwacht daarom dat Nai binnen de kortste keren een andere functie zal gaan bekleden. O ja, ik heb nog niet uitgelegd waarom ik meneer van Engelen naast Nai positioneer volgende week. Wel, meneer van Engelen heeft zijn vrouw verloren een half jaar geleden. Zij was Irakese. Kinderen had het echtpaar Van Engelen niet. In gesprekken met hem begreep ik al snel dat de oude man dat enorm betreurde. Vooral ook nu. Hij heeft zijn vrouw verloren en heeft geen steun aan een ander gezinslid. ‘Om aan te schurken…’, aldus de oude baas onlangs toen ik een tweede ronde ‘bakkie pleur’ deed.

Al pratende met Nai en meneer van Engelen apart van elkaar de afgelopen periode, leek ik meer en meer in een legpuzzel terecht te zijn gekomen waarvan de stukjes op elkaar aan gaan sluiten. Van Engelen deed zaken in het oosten van Irak, het deltagebied van de rivier Tigris. Daar kocht hij edelstenen. Daar ontmoette hij ooit zijn toekomstige vrouw. ‘Een ruwe diamant die ik heb weten te slijpen’, vertrouwde hij me ooit toe tijdens ons vertrouwde dagelijkse onderonsje. Geen idee of zijn vrouw ook Mandeane was, of hoe zo’n dame ook mag heten. Ik heb er nooit naar gevraagd. Misschien wil ik de illusie niet verstoren. Maar zonder ook maar een sprankeltje hulp van mijn zijde hebben de twee elkaar gevonden op de een of andere manier. En dat terwijl Nai meer gekoppeld is aan andere oudjes. Zij is geen hulp van meneer Van Engelen. Toch, wanneer zij deze ruimte betreedt, zie ik meneer van Engelsen in een seconde tijd tien jaar jonger worden. Ik zie de blik van herkenning en bondgenootschap bij hem verschijnen. Ik vertel je dit, omdat ik het zojuist voor de zoveelste keer voor mijn ogen zag gebeuren. De mistroostige oude meneer Van Engelsen komt weer geheel tot leven.

Het is nu rustig hier en ik sta achter de balie de twee te observeren. En nu weet ik het helemaal zeker: komende week zitten ze naast elkaar aan de lange tafel. En dan vallen de laatste puzzelstukjes op hun plaats. Van Nai heb ik ooit vernomen dat haar volk uiterst pacifistisch is. Wapens mogen ze niet dragen. En dat in Irak. Dan kom je onherroepelijk in de problemen vroeger of later. Zowat het gehele volk is gevlucht tijdens de Irak-oorlog. Nai heeft haar grootouders nooit meer gezien. Ik vertelde je al over mijn puzzel? Je zal me ongetwijfeld verslijten voor een romantische idioot, maar ik denk komende week daar aan de Kerst-dis iemand een opa terug te geven en de ander een nooit gekregen dochter. Daar zit meer kerstgedachte in lijkt me, dan de twintig kilo kalkoen die ik vanmorgen besteld heb.

Afbeelding
advertentie