Afbeelding
Foto:

Kerst is een tijd van bezinning

Algemeen

Zijn met de ander

Het is een regenachtige, herfstige tochtend, als ik de huiskamer binnen kom. Door de wind zijn de bomen al tamelijk kaal geworden, Ik probeer de situatie in me op te nemen en zie dat Mw. X net naar de huiskamer gebracht wordt voor haar ontbijt. Zij is net door de verzorging uit bed geholpen en heeft wat langer mogen slapen.

Bilthoven - Mw. X. is een kleine, nu tamelijk magere vrouw van ongeveer 90 jaar. Zij zit dagelijks in haar rolstoel met veel extra steunmiddelen. Door het voortschrijden van haar dementie lukt het haar niet meer om te praten. En zijn aangewezen op non-verbale communicatie. De laatste tijd wil ze steeds vaker niet (zoveel) meer eten en ook niet drinken.

De huiskamer is vrij stil. Een aantal bewoners is op hun kamer met bezoek. Ik besluit haar te gaan helpen bij haar ontbijt, of liever: wat aandacht te geven met eventueel wat eten. In de tijd dat ik bij haar ben, bied ik haar een aantal keer pap met suiker en verse aardbei aan. Ik vraag haar of ze ook wat wil drinken en doe net als met de pap een beetje jus d’orange op haar lippen.

Zo kan ze het proeven. De jus d’orange wil ze niet, de limonade van cassissiroop wel; af en toe een beetje.

Na een heel aantal keer haar pap te hebben aangeprezen, en genoemd en soms iets op haar lippen hebben gedaan, concludeer ik dat ze de pap echt niet wil. Haar aankijkend schuif ik de pap wat naar achteren, zeggend dat ik begrijp dat ze haar pap echt niet wil. Ook als ze niets eet of drinkt blijf ik met haar.

Als ik weg zou gaan lijkt het of zij er alleen mag zijn als ze eet of drinkt. Zij hoeft echter niet te eten of te drinken. Zo behoudt ze ook enige autonomie in haar leven.

Zo zittend bij haar houd ik contact met haar door haar hand vast te houden. Af en toe check ik of ze dit nog echt wil, door haar hand even wat losser vast te houden. En zo zitten we stil bij elkaar. Door mijn hoofd gaat van alles: ‘In moeilijkere situaties wil je als mens iets doen, ik dus ook. Er moet nog zoveel gebeuren en er zijn ook nog andere bewoners.

Ze wil ook graag menselijk contact en aandacht; er mogen zijn zoals je bent ook al zorgt dat voor uiteindelijk niet meer ‘zijn’. Checken of ze nog contact en aandacht wil. Vindt ze het contact nog prettig? Hoelang zal ik blijven zitten?’ Zo breng ik ongeveer 3 kwartier samen met haar door, voornamelijk in stilte zittend, soms even rondkijkend.

‘Zijn met én voor de ander’, presentie, kost moeite; je moet zien te verdragen, uit te houden wat moeilijk of pijnlijk is. Datgene uithouden wat je confronteert me je eigen weerzin: gevoeligheden, angsten en vergankelijkheid. Presentie is een open, ontvankelijke houding hebben ten opzichte van de ander; dus zonder oordeel. Proberen aan de sluiten en af te stemmen op de leefwereld en het levensverhaal van ander zonder een eigen doel voor ogen te hebben.

Niet anders dan de gerichtheid die voor de ander weldadig is. Het is erkennen van het unieke van de ander. Je kunt de ander immers niet zomaar kennen. Het is de ander in zijn of haar situatie accepteren en durven verdragen wat niet kan en blijven bij wat niet goed komt. (www.andriesbaart.nl/presentie

Af en toe check ik of ze het nog echt wil, door haar hand losser vast te houden

Bij al dit uithouden valt je soms een geschenk ten deel. Haar ogen lichten tijdens ons contact weer op en worden helderder. Ze voelt zichzelf weer, al is het maar voor even. Soms lukt het je even boven je zelf uit te stijgen.

Al het positieve van jezelf, én meer, te kunnen geven. Net of je even opgelicht wordt. Als ik wegga, is ze rustig in slaap gevallen.

Margriet Visser-Brink, geestelijk verzorger

advertentie