Marianne Knape-Van Santen tussen de bloemen in haar volkstuin in het Kloosterpark. FOTO: Astrid van Walsem
Marianne Knape-Van Santen tussen de bloemen in haar volkstuin in het Kloosterpark. FOTO: Astrid van Walsem (Foto: )

Meer begrip voor het leven van boeren

Door Astrid van Walsem

Trots op mijn eigen opbrengst

Verstopt naast het KNMI liggen de volkstuintjes van het Kloosterpark. Deze zomer maken wij kennis met enkele tuineigenaren.

De Bilt - Vanwege een ongelukkige valpartij is Marianne Knape-Van Santen tijdelijk aan huis gekluisterd en niet in haar geliefde volkstuin te vinden. Dit tot grote frustratie van haarzelf. 'Al die achterstand in de tuin krijg ik nooit meer weggewerkt.' Zes jaar lang vervulde Marianne de rol van voorzitter van het Kloosterparkcomplex tot juli 2018. De moestuin heb ik sinds mijn pensioen nu zo'n elf jaar. Ik houd van de seizoenswisselingen. In september/oktober maak je de tuin winterklaar. De rijp die in december de grond bedekt, prachtig. En dan de bloeiperiode van de bloemen in het voorjaar. De kleurenpracht vind ik adembenemend. En de groente die ik uit eigen tuin pluk, smaakt vele malen beter dan uit de supermarkt. Het is hard werken en je bent afhankelijk van het weer. Daar heb je geen enkele invloed op. De effecten van de klimaatveranderingen ook hier merkbaar. Het ene gewas kan het een jaar geweldig doen, en het volgende jaar weer helemaal niet. Voorspelbaar is de tuin nooit. Er zit zoveel liefde, tijd en werk in. Door mijn eigen tuinervaringen heb ik ook meer begrip gekregen voor de moeilijkheden die de boeren jaarlijks het hoofd moeten bieden. Wist jij dat het Kloosterpark al bestond begin 20ste eeuw en per 1 juni 1979 officieel de volkstuinstatus kreeg? Ik zou willen dat de gemeente meer aandacht aan dit volkstuinencomplex zou besteden. Mede ook vanwege de grote sociale functie die het park vervult. Het park telt maar liefst 300 tuinen en de tuinders komen uit alle windstreken. Zo zijn er onder andere Turken, Marokkanen, Syriërs, Afghanen en Chinezen. Allemaal brengen zij een stukje van hun eigen cultuur mee naar de tuin. Er is zelfs een gedeelte dat iedereen Klein Istanboel noemt. Hele families naast elkaar hebben een tuin. Het is echt een soort dorp en regelmatig word ik uitgenodigd voor een kop koffie.
Het park is volledig zelfvoorzienend en betaalt de gemeente ongeveer 26.000 euro per jaar, maar daar zien wij geen cent van terug. Zelfs op het 40 jarige bestaan was er geen budget om een barbecue of iets anders te organiseren. Verder heeft tot op heden nog nooit een wethouder het Kloosterpark bezocht. Wel zie ik de gezichten van wethouders op foto's in de krant bij andere social events. Hopelijk mogen wij binnenkort eveneens een wethouder op het terrein verwelkomen.
Het beeld van de oude tuinman met pet en kauwend op pruimentabak verdwijnt. Er komen steeds meer jonge tuinders bij. Velen van hen onderschatten het tuinieren en daarom hebben wij een proefjaar ingesteld. Op deze manier krijgt iedereen de kans om het tuinieren uit te proberen. En als bestuur knijp je het eerste jaar iets vaker een oogje toe wanneer niet alle regels van het reglement nageleefd worden. De tuin en de daarbij behorende sociale contacten betekenen veel voor mij. Mijn tuinvrienden zijn mij erg dierbaar.'

Meer berichten