Foto: RHCVV, 1021 Gemeente De Bilt, inventarisnummer 2501, brief 31 maart 1941.

Verzet met een koninklijk tintje

  Nieuwsflits

Tijdens de Tweede Wereldoorlog uitten Nederlanders op verschillende manieren hun ongenoegen over het handelen van de bezetter. NSB’ers waren hierbij vaak het doelwit. Uit het archief van de gemeentepolitie De Bilt blijkt dat inwoners van de gemeente Maartensdijk op creatieve wijze ‘klein’ verzet pleegden.

Maartensdijk - In de nacht van 29 op 30 april 1941 werd op de huizen van twee leden van de NSB met oranje verf de jaartallen 1909-1941 geschilderd. Op 30 april 1941 was het de 32ste verjaardag van prinses Juliana, die in 1909 was geboren. De bezetter zag het Koninklijk Huis als vijand, omdat koningin Wilhelmina fel tegen de Duitsers was en op geen enkele manier met hen wilden samenwerken. Iedere verwijzing naar het Koninklijk Huis was dan ook ten strengste verboden.

Diezelfde nacht werd er op een bord langs de Utrechtseweg in Maartensdijk met oranje verf, ‘Leve Juliana’ geschilderd. De burgemeester gaf een schilder uit Maartensdijk de volgende dag direct de opdracht gegeven om dit bord opnieuw te schilderen, zodat de oranje tekst niet meer te lezen zou zijn. Uit een politiebericht, dat in het Duits is geschreven, bleek dat de schilder tegen een aantal kinderen had gezegd: ‘Wanneer ik hiermee klaar ben moeten jullie allemaal roepen ‘Leve de Koningin’’. De kinderen hadden dit vervolgens ook geroepen. De schilder had hiervoor een proces-verbaal gekregen.

Op 6 juni 1941 ontving de burgemeester van Maartensdijk een brief van de opperhopman van de Weerbaarheidsafdeling (WA) van de NSB. De WA was de knokploeg van de NSB en de opperhopman woonde zelf in Groenekan. De opperhopman leidde een eenheid van ongeveer 120 mannen binnen de WA. Het onderwerp van zijn brief was ‘Terreur in Gem. Maartensdijk en omgeving’. Het viel hem namelijk op dat in de gemeente Maartensdijk, en dan ‘vooral in de gedeelten Hol. Rading, Kom Maartensdijk, Groenekan’ de laatste tijd op ‘zaterdagmiddag en heele zondagen een nieuw soort kwaadwilligheid’ plaatsvond. Hij schreef dat grote groepen wielrenners die in het oranje gekleed zijn langs woningen van NSB’ers fietsen en dan ‘luidkeels oranje boven en leve de Wilhelmien gezongen’.

De burgemeester van Maartensdijk schreef hem een dag later terug dat hij de ‘met oranje uitgedoste troepen wielrijders’ niet had gezien. Daarnaast maakte hij in de brief ook duidelijk dat het hem verbaasde dat de opperhopman op het moment zelf ‘niet direct de politie of mij persoonlijk heeft opgebeld. Ik had dan direct maatregelen kunnen nemen’.

In aanloop naar Bevrijdingsdag vertellen we in samenwerking met het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHCVV) enkele verhalen uit de Tweede Wereldoorlog in onze gemeente. Zij organiseren de digitale tentoonstelling ‘Het archief als getuige van de Tweede Wereldoorlog’. Kijk op www.rhcvechtenvenen.nl/tentoonstellingen

Suzanne Lekkerkerker

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden